 |
|
Orang-oetans
..................................................................................................................................
Introductie | Habitat | Gedrag | Ontwikkeling
Dagelijkse activiteiten
Orang-oetans zijn alleen overdag actief. Van hun dagelijkse activiteiten
bestaat zo’n 95% uit eten, rusten en bewegen tussen eet en rust
plaatsen. Het dagelijkse activiteiten patroon toont twee pieken. In de
ochtend na het ontwaken,
spenderen de orang-oetans zo’n 2 tot 3 uur aan voedsel verzamelen en
eten. Daarna, in de middaguren, doen ze het wat rustiger aan. In de namiddag
zijn ze vervolgens weer actief en in de vroege avond bereiden ze zich voor
op de nacht. Ze doen dat door een boomnest te maken, waarin ze gaan slapen.
Deze nesten zijn net als bij vogels gemaakt van boomtakken en bladeren alleen
zijn ze veel groter. Een moeder-kind paar slaapt samen in 1 nest. De nesten
schijnen heel comfortabel te liggen en worden soms zelfs voorzien van een bladerdak
(tegen de regen), een stapeltje bladeren onder het hoofd (een kussen), bladeren
verspreid over het lichaam als een soort deken, of extra takken en bladeren
die binnen het nest plat worden gestampt met de armen, om er vervolgens op
te gaan liggen (een matras). Orang-oetans maken overdag soms ook nesten. De
functies voor deze dagnesten zijn om te rusten, te paren, comfortabel te eten
of om te spelen.
Beweging
Orang-oetans leggen gemiddeld een afstand van 790 meter per dag af,
variërend van 90 tot 3050 m per dag. Mannetjes leggen over het algemeen
een grotere afstand af als vrouwtjes. Het aantal meters dat orang-oetans
op een dag afleggen staat in direct verband met de grootte van hun ‘home
ranges’ (territoria): orang-oetans met een groter territorium leggen
gemiddeld een grotere afstand af, dan orang-oetans met een kleiner territorium.
In de turf en laagland moerasbossen van Borneo, waar de diversiteit in
fauna groot is, zijn de ‘home ranges’ voor de vrouwtjes tussen
de 3,5 en 6 km2. Op Sumatra, waar orang-oetans ook hoger gelegen en minder
diverse gebieden bewonen, zijn de gemiddelde ‘home ranges’ van
vrouwtjes veel groter, om en nabij 8,5 km2. Over de grootte van ‘home
ranges’ voor mannetjes orang-oetans is weinig bekend, waarschijnlijk
omdat deze veel groter zijn dan de gebieden waarin we de orang-oetans
bestuderen. Wel is zeker dat deze gebieden groter zijn dan die van de
vrouwtjes.
Orang-oetans bewegen zich horizontaal door het tropisch bladerdak door
van de ene naar de andere boom te zwaaien. In het engels wordt dit zwaaien “brachiating” genoemd.
De vingers en tenen (vooral de duimen en de grote tenen) dienen als een
soort haak om een goede grip om de takken of dunne boomstammen te krijgen.
Wanneer orang-oetans zich over de grond bewegen zie je ze vaak op vier
poten lopen, steunend op de vuisten. Dit in tegenstelling tot de andere
mensapen die op hun knokkels lopen. Soms lopen orang-oetans ook op twee
poten, net als de mens.
Eet gedrag
Orang-oetans zijn voornamelijk fruiteters; vruchten zijn hun
favoriet (gemiddeld 61% van hun totale dieet). Afhankelijk van de vruchtsoort,
wordt de schil, het vruchtvlees, vruchtsap of de zaden gegeten. Fruit
eten de orang-oetans het liefst, maar als er niet zoveel fruit is dan
zoeken ze het voedsel opportunistisch en dan zijn ze meer afhankelijk
van andere delen van de plant zoals bladeren en boomschors. Sumatraanse
orang-oetans eten ook veel vijgen , echter deze vijgen zijn niet beschikbaar
voor de Borneose orang-oetan die in de laaglanden leven. Het carnivoor
gedeelte van het dieet bestaat voor een orang-oetan vooral uit insecten
(vooral termieten en mieren), wat ze overigens vrij regelmatig eten.
In sommige regio’s is daarnaast ook gezien dat orang-oetans zich
tegoed kunnen doen aan kleine dieren (plompe lori (kleine aapjes). Rupsen,
paddestoelen,honing en aarde kunnen ook dienen als voedsel voor een orang-oetan.
Vocht krijgen orang-oetans vooral binnen via plantenvoedsel, of water
dat ze uit boomholtes drinken. Orang-oetans hoeven dus niet naar de grond
om te drinken. Op Borneo zijn minder roofdieren voor de orang-oetans,
waardoor ze soms toch op de grond worden gezien om te drinken.
Sociaal gedrag
De semi-solitaire levenswijze van orang-oetans is erg uniek binnen
de mensapen. De mate waarin orang-oetans solitair of juist sociaal zijn
kan echter nog aanzienlijk variëren. Vooral de beschikbaarheid van
voedsel is een bepalende factor voor (kleinschalige) groepsvorming (party’s).
Wanneer er een grote hoeveelheid voedsel is op een bepaalde plek, zal er
weinig competitie zijn om aan voedsel te komen. Hierdoor kunnen op een
bepaalde voedselplaats, individuele orang-oetans willekeurig komen en gaan.
Dominantie doet er niet (zoveel) meer toe. Als gevolg hiervan kunnen er
dus op een plaats waar veel voedsel aanwezig is, zowel plaatselijke als
passerende orang-oetans aan het eten zijn, van allerlei leeftijdscategorieën.
Op eenzelfde manier kunnen ook kleine groepen gevormd worden die samen
van de ene overvloedige voedsel locatie naar de andere trekken, soms voor
meerdere dagen achter elkaar.
Daarnaast kunnen orang-oetans van verschillende sekse elkaar ook opzoeken
om te paren. Na de paring kan het paar (en soms maakt ook een ouder, onafhankelijk
kind van het vrouwtje deel uit van deze kleine groep) samen een aantal
dagen tot zelfs maanden van de ene naar de andere voedsel locatie trekken.
Al deze verschillende manieren van groepsvorming zijn tijdelijk. De enige
langdurige (~7 jaar) sociale groep is die van een moeder met haar kind.
Verder worden onvolwassen orang-oetans ook nog relatief veel in party’s
gezien. Onvolwassen orang-oetans (en sommige van de nog niet gevestigde
volwassen mannetjes) trekken namelijk veel. Zo gauw orang-oetans volwassen
worden zullen ze proberen zich op een bepaalde plek te gaan vestigen en
een zogenaamde home range (territorium) creëren. Volwassen vrouwtjes
trekken meestal niet erg ver weg en hebben vaak home ranges die overlappen
met andere volwassen vrouwtjes (wellicht een moeder of zus). Mannetjes
daarentegen verspreiden zich, tot ver uit de buurt van de home range van
hun moeder. Ze hebben een soort van ‘nomaden bestaan’ totdat
ze zich een home range kunnen toe eigenen, vaak door een dominant gevestigd
mannetje weg te jagen. Een gevestigd volwassen mannetje heeft een home
range die diverse home ranges van volwassen vrouwtjes kan omvatten. Hij
wordt dan ook gezien als dè man van het gebied.
De overlap van home
ranges tussen mannetjes en vrouwtjes orang-oetans, heeft tot gevolg dat
orang-oetans van beide seksen elkaar kunnen tegenkomen
terwijl ze zich bewegen tussen voedsel plekken of terwijl ze aan het
eten zijn. Het gaat hier vaak om korte sociale interacties. Tussen vrouwtjes
kan dit variëren van agressief tot ontwijkend, tot schijnbaar vriendelijke
interacties. Er is echter (bijna) geen bewijs dat vrouwtjes vriendschapsbanden
hebben en behouden door elkaar te vlooien of te steunen bij conflicten.
Wanneer volwassen mannetjes elkaar tegenkomen is er vaak sprake van agressief
gedrag. Dat de competitie tussen mannetjes onderling erg intens is, is
ook wel te verwachten omdat de voortplantingskans bij vrouwtjes en hun
brede verspreiding de beperkende factors vormen voor voortplanting. Een
dominantiestructuur (hiërarchie) wordt gevormd wanneer de mannetjes
elkaar regelmatig ontmoeten. Volwassen mannetjes zijn dominant over onvolwassen
mannetjes en de meest dominante mannetjes zijn vaak de grootste en sterkste
mannetjes.
Geluiden
Door de semi-solitaire levenswijze van de orang-oetans werd er aangenomen
dat ze een klein repertoire hebben om geluiden te maken. Echter, recentelijk
onderzoek heeft laten zien dat dit niet het geval is, het tegenovergestelde
is juist het geval: de orang-oetans bezitten een van de rijkste en meest
gevarieerde geluiden van de mensapen. Ze produceren luide geluiden die
tot 2 kilometer verder gehoord kunnen worden en zachte geluiden die moeilijk
hoorbaar zijn, vooral in het wild. Ze kunnen verschillende geluiden varieren
en ze kunnen hun handen en bladeren gebruiken om de geluiden anders te
laten klinken. Sommige geluiden worden alleen maar door kinderen, volwassen
mannetjes of vrouwtjes gemaakt andere geluiden kunnen door iedereen gemaakt
worden. Een voorbeeld van een alarm geluid die door bijna iedereen gemaakt
kan worden is de kiss-squeak een geluid dat klinkt als het geven van
een dikke kus. Door de hoeveelheid aan geluiden die de orang-oetans maken
en de grote verwantheid met de mens is de orang-oetan een goed model
voor het bestuderen van taal en de evolutie hiervan. Als je een aantal
geluiden wilt horen die wilde orang-oetans maken, klik hier.
Orang-oetan cultuur
Cultuur is voor een lange tijd bestempeld als een eigenschap van de mensheid,
wat ons scheidde van andere dieren. Recentelijk onderzoek heeft laten
zien dat wilde orang-oetans, samen met wilde chimpanzees ook cultuur
hebben, ondanks dat het veel minder complex is dan cultuur van de mensen.
Orang-oetan kinderen en naive individuen leren bepaalde gedragingen van
hun moeder en peers. Echter als er een kleine verandering wordt gemaakt
aan het gedrag en dit geleerd wordt door anderen kan het gedrag tussen
populaties veranderen. Wat eerst start als een kleine verandering in
een bepaald gedrag kan twee verschillende gedragingen opleveren door
het continue leren hiervan van generatie op generatie. Verschillende
tradities ontstaan hieruit wat verschillende culturen geeft. Zoals met
mensen hangt het gedrag van orang-oetans af van waar ze geboren zijn,
tot welke populatie ze behoren. Een aantal voorbeelden van orang-oetan
culturen zijn het gebruik van bladeren als handschoenen voor als ze zich
door bomen bewegen met scherpe punten, het gebruik van stokjes om zaden
uit een vrucht te onttrekken, het ineenstrengelen van takken om als een
brug te fungeren en het produceren van verschillende geluiden tijdens
het maken van een nest in verschillende populaties.
|