De Stichting  


Orang-oetans
..................................................................................................................................

Introductie | Habitat | Gedrag | Ontwikkeling


Great Apes / Mensapen

De orang-oetan behoort samen met de bonobo, de chimpansee en de gorilla tot de biologische familie van Hominidae, ook wel mensapen genoemd. Zoals uit de naam al blijkt behoort ook de mens (Homo sapiens) hiertoe. De vier mensapen komen dus uit dezelfde familie als de mens en staan dan ook niet voor niets, voor wat betreft de dierenwereld, het dichtste bij de mens. Erfelijke eigenschappen komen voor ongeveer 97% overeen, maar ook wat betreft gedrag zijn er duidelijke gelijkenissen.


Unieke apen

Orang-oetans zijn het meest solitair en “arboreal” (leven in bomen) van de mensapen. Het grootste deel van de tijd spenderen ze alleen, hoog in het bladerdak van het tropisch regenwoud. Daarbij zijn orang-oetans ook nog eens de grootste zoogdieren van de wereld die in bomen leven en bovendien de enige van de mensapen die voorkomen in Zuid Oost Azië. Terwijl alle andere mensapen in Afrika voorkomen, leven de orang-oetans alleen in de tropische regenwouden van Maleisië en Indonesië, op de eilanden Borneo en Sumatra.


Genus Pongo

Op dit moment bestaan er in de subfamilie Ponginae van de mensapen, nog twee soorten, die beide behoren tot de genus Pongo. Deze twee orang-oetan soorten zijn beide herkenbaar aan de lange armen en rode vacht. Toch verschillen ze aanzienlijk. Ze worden dan ook gekarakteriseerd zoals je dat op basis van hun geografische tweedeling mag verwachten: Pongo abelii als de Sumatraanse orang-oetan, Pongo pygmaeus als de orang-oetan die we op Borneo kunnen vinden.
De Sumatraanse orang-oetan is dunner en heeft een wat blekere rode vacht dan de orang-oetans van Borneo. Ook hun haren en gezicht zijn langer waarbij het gezicht een beetje de vorm heeft van een ruit. Het gezicht van de Borneose orang-oetan is meer vierkant.

De mannetjes van beide soorten hebben opvallende wangflappen, “flanges” genaamd. In de Sumatraanse orang-oetan zijn deze flanges bedekt met fijn wit haar en de wangflappen wijzen iets naar voren. Bij hun Borneose soortgenoten zijn de flanges groter, staan meer horizontaal en zijn bedekt met kort borstelig haar. Ook de keelzak van een Borneos mannetje is groter en hangt veel meer.

Naast bovengenoemde uiterlijke verschillen kunnen deze twee soorten orang-oetans ook genetisch onderscheiden worden en bovendien verschilt ook het gedrag in bepaalde opzichten. Sumatraanse orang-oetans zijn bijvoorbeeld veel socialer en komen bijna nooit naar de grond. Borneose orang-oetans daarentegen zijn meer solitair, en komen regelmatig naar de grond. Verder schijnen de Sumatraanse orang-oetans een langere levensverwachting te hebben dan hun Borneose soortgenoten.


De Naam

De naam Pongo werd in 1760 gebruikt door Linnaeus, die in die tijd de basis legde voor het moderne systeem voor biologische naamgeving. De naam Pongo was afkomstig uit een 16e eeuws reisverhaal van Andrew Battell, een Engelse zeiler die gevangen werd gehouden door de Portugezen in Angola. Met de naam Pongo refereerde hij naar een anthropoid monster, waarvan nu wordt gedacht dat een gorilla werd bedoeld. De precieze beschrijving van soorten bleef lang achterwege. Pas in de 18e eeuw kwam hier meer duidelijkheid over via de Franse bioloog Lacépède. Hij was het die uiteindelijk in 1799 de orang-oetans onder het genus Pongo plaatste.

Een andere naam voor orang-oetans, die vooral door locale bewoners wordt en werd gebruikt, is “Maias” of “Mawas”. Deze woorden stammen uit het Maleisisch, maar of met deze woorden specifiek de orang-oetan werd bedoeld, of meer de apen in het algemeen, is vooralsnog onduidelijk. Ook het woord orang-oetan vindt zijn oorsprong in het Maleisisch. Hier ligt de betekenis veel meer voor de hand. Orang-oetan stamt namelijk af van de woorden orang hutan, welke letterlijk vertaald "bosmens" betekent.

Nieuws & Activiteiten
Conservatie
Onderzoek
Steun ons