 |
|
Onderzoek
.................................................................................................................................
Onderzoek naar orang-oetans bestaat uit drie verschillende stadia. Het eerste
stadium is data verzamelen in het veld, het tweede is data analyse, wat
vaak plaatsvindt achter de computer en het derde stadium is het schrijven
van een verslag, artikel of boekhoofdstuk over de resultaten.
De manier waarop data wordt verzameld is
afhankelijk van het onderwerp van elk project, hoewel gedragsgerelateerde
data altijd genoteerd worden aan de hand van ethograms. Tussen de meeste
orang-oetan onderzoeksplaatsen is de ethogram gestandaardiseerd om de
vergelijkingen van orang-oetan gedrag tussen verschillende gebieden makkelijker
te maken. Een ethogram is een tabel waar al het gedrag beschreven wordt,
zoals rusten, eten, bewegen, associaties met andere orang-oetans, copuleren
en meer. Daarnaast kan er, als toevoeging op het ethogram, ook data opgehaald
worden door het maken van film- en/of geluidsopnamen.
Voordat er data opgehaald kan worden moet
er een orang-oetan gevonden worden. Een zoekdag begint rond 6 uur in
de morgen na zonsopgang. Door langzaam te lopen en aandachtig te luisteren
kan een orang-oetan gevonden worden. Soms wordt een orang-oetan gevonden
binnen een uur, maar soms kan het dagen of weken duren tot er een wordt
gevonden. Dit komt doordat het vrij rustige, semi-solitaire beesten zijn.
Orang-oetans worden vaak gevonden doordat ze veel geluid maken met het
heen en weer schudden van bomen tijdens het bewegen. Ook smakken ze vaak
tijdens het eten en hebben ze een specifieke geur waarop ze herkent kunnen
worden. Zodra een orang-oetan is gevonden wordt deze gevolgd totdat deze
een nachtnest maakt. Dit kan erg variëren per orang-oetan en per
dag, maar de nachtnesten worden eigenlijk altijd tussen 14.30 uur en
20.00 uur gemaakt. Nadat de orangutan klaar is met het maken van een
nachtnest wordt de plek gemarkeerd.. Dit is om zeker te zijn dat de volgende
morgen het nest wordt teruggevonden. Een orang-oetan wordt normaal gesproken
vroeg wakker (rond 5 uur ’s ochtends op Borneo en 6 uur ‘s
ochtends op Sumatra). Voordat de orang-oetan actief wordt, moet de onderzoeker
al bij het nest zijn, wat betekent dat op volgdagen de tijd om wakker
te worden rond 3 of 4 uur ’s nachts is. Een orang-oetan kan gevolgd
worden voor een maximum van 10 opeenvolgende dagen. Na deze periode krijgt
de orang-oetan minstens een maand rust. Deze maximum periode is ingezet
om te voorkomen dat de orang-oetans te veel gewend raken aan de aanwezigheid
van mensen.
Stichting Pongo zal zich de komende tijd focussen op onderzoek en conservatie
in twee onderzoekstations, gesitueerd in Sumatra.
Ketambe en Suaq Balimbing, Centraal Aceh, Sumatra
Ketambe en Suaq Balimbing liggen in het Leuser Ecosysteem. Deze onderzoekstations
bestaan uit primair tropisch regenwoud. Het Leuser Ecosysteem is 25 km² en
ligt tussen twee rivieren in. Ketambe is een van de oudste onderzoekstations,
waar al vanaf 1971 onderzoek wordt gedaan. Door problemen in en rondom Aceh
waren deze onderzoekstations gesloten vanaf 1999 voor buitenlandse onderzoekers,
maar zijn in November 2006 weer geopend voor onderzoek. Helaas is een groot
gedeelte van dit gebied in de tussentijd illegaal gekapt.
Andere onderzoeksstations zijn:
|